KAASMAKERIJ

Blozende bolletjes en dikke traantjes

Kathelijne Achttien geitjes, een oude koeienstal en een keuken. Zo zijn we onze zaak in 1994 gestart. Mijn eerste kaasbolletje maakte ik in onze keuken en het ging meteen van hand tot hand. Trots dat ik was, hoewel het achteraf om een heel simpel kaasje ging. Ik had de smaak te pakken en sloeg aan het geiten melken en kaasmaken dat het een lieve lust was. Een fijne tijd, tot ik besefte dat ik geen idee had hoe ik die blozende bollen aan de man ging brengen… Daar had mijn man Bart wel een oplossing voor. Hij ging al een tijdje mee met een marktkramer groenten verkopen. ‘Kom maar mee met mij’, zei hij en zo stonden we daar met zijn tweeën op de markten van Ronse en Oudenaarde. Geen instant succes, moet ik bekennen. Sommige dagen kwam ik met een mager portemonneetje huilend thuis en troostten we elkaar.

Samen sterk

Kathelijne Intussen hadden we een klein boerderijtje gekocht en volgden we samen een metselcursus. Dat was dolle pret. We waren samen, begonnen aan de verbouwingen en smeedden eveneens volop trouwplannen. Ik herinner me nog dat ik een paar weken voor onze trouw plattekaas aan het mixen was, toen nog zonder hoofdbescherming. Plots raakte er een streng haar in de mixer en had ik een hele kale plek vooraan. Ik kon dat nog relativeren maar mijn moeder was in alle staten, zo kort voor ons huwelijk.

Als een marktkramer ben ik (dan toch) geboren…

Kathelijne Twee jaar later. We schrijven 1996. De zomer zindert in zijn volle pracht. Maar bij ons,  De Volle Maantjes, ziet het er minder zonnig uit. De verkoop slabakt en de twijfel sluipt nogmaals in onze hoofden. Tot plots het tij keert. We laten een klein maar romantisch kraampje maken voor de marktverkoop. Het wordt een instant succes. Met een oude, gesloten koelkast stortten we ons eveneens op de thuisverkoop. Een hilarisch zicht, als je dat achteraf bekijkt. We hadden niet eens een koeltoonbank en moesten telkens die frigo openen als er een klant kwam.

Pure ambacht

Kathelijne Voor onze kazen werken we uitsluitend met rauwe, biologische geitenmelk. Daar voegen we zuursel aan toe: levende melkzuurbacteriën. Zoals het woord aangeeft, ‘verzuurt’ dit je product en vormt zo de basis voor kaas. Daarnaast voegen we dierlijk stremsel toe. Dit enzym bestaat ook in een plantaardige variant maar we kiezen bewust voor de dierlijke versie omdat het heel veel goede bacteriën bevat. Elke stap in ons productieproces proberen we zo kort en zuiver mogelijk te houden omdat we ervan overtuigd zijn dat dit onze klanten en hun gezondheid ten goede komt. Door de verkoop thuis en op de markten behouden we trouwens een sterke voeling met onze eindconsument.

Op maat van de klant

Bart Bijna twintig jaar later huppelen zo’n driehonderd geiten, vooral lammetjes, in de wei en leveren we zo’n twee derde van onze kazen aan de groothandel. We schakelden in 2002 ook over op biologische teelt waardoor we producten kunnen aanbieden die helemaal in lijn liggen met wie we zijn: puur, authentiek en op maat van onze klanten. Want die laatste dragen wij hoog in het vaandel…